Remmers van Veldhuizen

Inspecteur Geestelijke Gezondheid tijdens 

introductie wet Bopz in 1994

“De wet Bopz leidde tot een ‘zorgverlamming’. Patiënten werden op grond van gevaar verwijderd uit de maatschappij.”

van de Wvggz
ONTSTAANSGESCHIEDENIS

Naar een nieuwe wetgeving
Maar in Nederland bleef de wet Bopz gelden. Van Veldhuizen was het daar niet mee eens en vond dat er een nieuwe wet moest komen, een wet die meer van nu was. “De Bopz was écht niet meer houdbaar. Er kwamen steeds meer verwaarloosde psychiatrische patiënten en verslaafden. In de kliniek mocht je pas dwangbehandeling geven bij ernstig gevaar. Ook was er veel discussie over dwang en drang. Daarom stelde ik in 2003 voor het eerst voor om naar een nieuwe wetgeving te gaan. Van een ‘opnamewet’ (Bopz) naar een ‘behandelwet’. Vanaf toen kwam ik in contact met Tineke Stikker van GGZ Nederland. Zij luisterde bewonderingswaardig naar wat wij als behandelaars bedoelden en heeft eraan bijgedragen om dat in wetgeving om te zetten naar de Wvggz. Ook was zij onze gids in Den Haag. Daar moesten de politici van alle partijen geïnformeerd worden. Verder werd er in diverse commissies gebrainstormd over de nieuwe wetgeving.”

Essentiële onderdelen van de nieuwe wet
De derde evaluatiecommissie formuleerde vervolgens talloze wenselijke verbeteringen. Centraal staat dat patiënten eerder behandeld moeten worden, zo mogelijk in een ambulante situatie. Van Veldhuizen vult aan: “Ook vonden we allemaal dat de rechten van patiënten, maar ook hun familieleden, op allerlei aspecten sterker konden. En de wet moest begrijpelijker worden.” Van Veldhuizen had daarnaast goede hoop dat er een ‘Commissie Verplichte ggz’ zou komen. “Ik vind dit nog steeds essentieel. Deze commissie zou een centrale rol kunnen spelen in het gesprek tussen aanvragers van ‘gedwongen zorg en behandeling’ en de patiënt en zijn/haar familie. Het zorgt voor meer wederzijds begrip, betere afstemming op de persoon en een betere legitimering van gedwongen behandeling. Omdat ik geïnspireerd was geraakt door de Australische ‘Review Boards’, hoopte ik echt dat deze multidisciplinaire commissie (drieschaar) zou kunnen adviseren aan de rechter. Deze zou vervolgens het advies toetsen. Het leek erop dat de ministers Hirsch Ballin en Klink dit wilden overnemen. Maar helaas viel in 2010 Balkenende IV. De plannen voor een commissie werden daarna door de opvolgers van tafel geveegd. Dit had o.a. te maken met de crisis, men vond de commissie te duur. Dat vind ik nog steeds een gemiste kans. Daarnaast gaf in 2015 het rapport Hoekstra een extra draai aan de wet. Het voorkómen van gevaar en aansluiting bij forensische zorg kwam veel meer centraal te staan. Ook dacht iedereen te kunnen voldoen aan de optimale dataverzameling en transparantie door middel van automatisering en digitalisering. Maar hierdoor groeien juist de informatieverplichtingen binnen de wet uit tot een oerwoud. Hier liggen echt mijn zorgen.”


“In de Wvggz is een basis waarin er meer ruimte is voor behandeling en ambulantisering. Dat vind ik waardevol.”

Dubbele gevoelens
Van Veldhuizen heeft dubbele gevoelens bij de Wvggz. “Ik ben zeker ook blij met de wet. Er is een basis waarin er meer ruimte is voor behandeling en ambulantisering. Dat vind ik waardevol. Ik denk dat de wet goed kan werken in de moderne kliniek. Veel minpunten van de Bopz zijn gerepareerd. Maar ik vind wel dat het allemaal beter en mooier had kunnen zijn. “Ik vind de afwezigheid van de Commissie Verplichte ggz een groot gemis. En daarnaast is er de laatste jaren onvoldoende geïnvesteerd in de teams, die de intensieve ambulante ggz hulpverlening moeten waarmaken. In de huidige cultuur ligt een grote nadruk op veiligheid. Men denkt dat repressie beter werkt dan preventie en investeren in goede vrijwillige zorg. En naar mijn mening drukken de bezuinigingen een grote stempel op de praktijk van de Wvggz. We hebben met de afwezigheid van de commissie de boot gemist en ik zie geen nieuwe boot aan de horizon.”

Wensen voor de toekomst
Ik hoop dat de invoering van de Wggz wegen opent om toepassing van ‘dwang en gedwongen behandeling’ beter aan de betrokkenen uit te leggen en te legitimeren. Daarnaast hoop ik toch dat er ooit een Landelijke Commissie Verplichte ggz komt. Bij het tot stand komen van de wet hebben dit soort commissies en overlegsituaties ons erg geholpen. Een vraagstuk zoals ‘dwang en drang’ heeft polderen nodig, dus praten met zoveel mogelijk partijen. In maart 2019, op het congres voor Tineke Stikker haar afscheid, zal ik de huidige stakeholders oproepen om landelijk op vrijwillige basis zo’n overlegorgaan in te stellen voor continue evaluatie en verbetering van de wet. Dat kan helpen om aan te tonen dat de Wvggz een teneur biedt van zorgvuldigheid, transparantie en optimale rechtspositie. En dat is internationaal gezien zeker bijzonder.”

Ik vind zelf dat we met het verdwijnen van de commissies de boot hebben gemist en ik zie geen nieuwe boot aan de horizon.”