Rob Keurentjes

Voorzitter van de derde evaluatiecommissie Wet Bopz

“Al die verschillende belangen was de grootste uitdaging, het bleek ook het meest leerzame te zijn.”

tot de Wvggz
VAN EVALUATIERAPPORT

Wat we als evaluatiecommissie geschreven hadden was glashelder, maar er komen dan toch weer wijzigingen. Hierdoor wordt het best een complexe wet. Dat is jammer.”

Neuzen dezelfde kant op
Tot een unaniem advies komen bleek lastig. Keurentjes: “Je zit met veel verschillende disciplines om tafel om de evaluatie te gaan formuleren. Die belangen zijn uiteraard niet allemaal identiek. Ik hecht veel waarde aan het komen tot één unaniem advies. Kom je met deeladviezen? Of blijkt dat niet alle commissieleden op een lijn zitten? Dan gaat al snel de media daarop zitten. De centrale boodschap gaat dan verloren en dat is zonde.” Toch lukte het, ondanks al die verschillende groeperingen die aan tafel zaten, om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. “Het kostte wel wat moeite, maar als het dan lukt is dat super om te zien!” 

Totstandkoming van het rapport
Hoe is het dan toch gelukt om tot een unaniem advies te komen? Keurentjes: “We hebben heel erg veel gediscussieerd met alle verschillende groeperingen. Met name de punten op het gebied van patiëntenbelangen, het belang van het openbaar ministerie en het belang van de psychiatrie zaten lang niet altijd op één lijn. De constateringen waren juist weer wel gelijkluidend. We gingen daarom deelonderzoeken doen, daar hebben we als evaluatiecommissie erg veel aan gehad. En er volgden heel veel interviews. Buitengewoon leerzaam en uiteindelijk bleken die een goede voeding voor ons rapport. Het is een hele mooie samenwerking geweest tussen wetenschap en praktijk. En juist die samenwerking heeft geleid tot de conclusies in het rapport. De grootste uitdaging was al die verschillende belangen, maar uiteindelijk was dit ook het meest leerzame.”

 Resultaat van de evaluatie
“Toen ik uiteindelijk het eerste ontwerp van de huidige wet zag was ik best een beetje trots op het resultaat,” vertelt Keurentjes. “Veel van de basisideeën die de evaluatiecommissie geformuleerd heeft, ook in haar voorstellen voor een nieuwe wetgeving, waren overgenomen door de wetgever. Wij hebben bijvoorbeeld de kreet gebruikt van de ‘vermaatschappelijkende ggz aanpak’, tegenwoordig de ambulante zorg. Daar hebben we een soort van eerste aanzet voor mogen geven. Dit deden wij door te beschrijven wat wij zagen in de veranderde opvattingen over psychiatrie en de omgang met de zorg die noodzakelijk is.

“Wat we geschreven hadden 
was glashelder”   

De uiteindelijk Wvggz
Ondanks het positieve resultaat van de evaluatie, betekent het niet dat Keurentjes zorgeloos is over de nieuwe wet in de praktijk. Keurentjes: “Ik vind het goed dat we nu op een andere manier aankijken tegen psychiatrische zorg. Maar hoe gaat het in de praktijk werken? Dat geldt met name voor de verplichte zorg in de thuissituatie. Daar zijn heel open formuleringen voor gekozen, nu moeten we in de praktijk gaan uitzoeken hoe dat nou moet. Dat vind ik nog wel een spannende ontwikkeling.” Ook de rol van de officier van justitie gaat veranderen en daar heeft Keurentjes zijn twijfel over: “Eerst was de spin in het web de multidisciplinaire commissie, daarna zou het de geneesheer-directeur worden. Daar waren we blij mee, want je kan er goed mee werken. Er is toen heel veel gesproken met geneesheer-directeuren om te kijken hoe ze dat gingen invullen. Toen kwam het rapport van de commissie Hoekstra. Er kwam een wijziging in het wetsontwerp waarbij de officier van justitie de centrale verzoekende partij werd. Die krijgt nu een veel zwaardere inhoudelijke rol toebedeeld dan in de Wet Bopz. Ik ben ook heel benieuwd of de officier van justitie dat waar kan gaan maken,” aldus Keurentjes.

Spannende jaren
Hoe gaan de komende jaren eruitzien volgens Keurentjes? “Ik denk dat 2020 en 2021 hele spannende jaren worden. De soms wat vage normen uit de wetgeving moeten dan ingevuld worden. Deze wet laat heel veel open aan het veld. Dat is best lastig omdat het veld niet snel op één lijn te krijgen is, de belangen zijn daarvoor te tegenstrijdig. Wat we geschreven hadden was glashelder, maar er komen dan toch weer wijzigingen. Hierdoor wordt het best een complexe wet. Dat is jammer, want wij pleitten juist voor een heldere, eenvoudige wet.”