Margré Jongeling

Juriste bij het ministerie van Volksgezondheid, 

Welzijn en Sport (VWS)

“Alles wat partijen ingebracht hebben 
is meegenomen in de besluitvorming.”

rondom de Wvggz
WET EN REGELGEVING

Nauwe samenwerkingen
In vergelijking met de wet Bopz is er voor de Wvggz nauw samengewerkt met het veld. Jongeling: “We hebben met zoveel partijen samengewerkt om deze wet vorm te geven. Ik heb daarvoor veel samengewerkt met Tineke Stikker, juriste van GGZ Nederland. Zij is mijn belangrijkste contact geweest in die tijd bij GGZ Nederland. Ze hielp mee met het organiseren van alles. Op het juiste moment de juiste mensen bij elkaar roepen. Zo moesten we eens middenin de zomer een nota van wijziging maken. Tineke heeft toen meegeholpen met de organisatie daarvan. Die wist precies de goede mensen te vinden en die kwamen ook allemaal. Tineke Stikker is daarbij echt de spin in het web geweest. De sfeer was altijd goed,” aldus Jongeling. Zo hebben we dat continu in overleg gedaan. Ook de bereidheid van iedereen om mee te werken viel Jongeling op in het proces. “Iedereen wou altijd meehelpen en meedenken, niet alleen GGZ Nederland, maar echt alle partijen. Ik heb begrepen dat het bij de wet Bopz anders is gegaan. Ik ben daar niet bij geweest, maar heb gehoord van Tineke dat daar destijds minder betrokkenheid was.”

Dezelfde taal spreken
Jongeling is erg te spreken over de samenwerking tijdens het vormen van de Wvggz. “De samenwerking was echt bijzonder te noemen. Het ging vanzelf, we spraken dezelfde taal. Zodra we ook maar ergens twijfels over hadden, dan legden we dat weer even terug om af te stemmen. We hebben met veel groeperingen gesproken. Zo werd Rob Keurentjes, Bopz rechter, er regelmatig bijgehaald. Ook andere partijen, zoals het openbaar ministerie werden betrokken. Het was dus meer dan alleen de leden van GGZ Nederland. We zijn in gesprek met elkaar gegaan over de wet. Natuurlijk krijg je nooit iedereen 100% mee, dat is onmogelijk. Wel hebben we geprobeerd om goed uit te leggen welke stappen we hebben gezet, en waarom we bepaalde dingen hebben gedaan zoals we ze hebben gedaan. Bijvoorbeeld dwang in ambulante situatie, hoe gaat dat nou? Daar is niet iedereen het mee eens. Maar we hebben wel uitgelegd welke stappen we hebben gezet en waarom. Je merkt dat mensen het fijn vinden als ze zo het proces kunnen volgen. Het geeft ook het gevoel dat er naar ze geluisterd is, want dat hebben we zeker gedaan. Alles wat partijen ingebracht hebben is meegenomen in de besluitvorming. Daarbij is de regelgeving over ambulante dwang trouwens nog niet afgerond. Het Besluit ligt nu bij de Raad van State.”  

De implementatie 
“Nu komt het aan op de implementatie van de Wvggz. Ik hoop dat die een succes wordt. Gaan de plannen werken zoals we hadden beoogd? Het is tot nu toe allemaal op papier geweest. Ik heb geen twijfels, maar spannend is het wel. Ik hoop dat de procedures soepel gaan verlopen, de koers is verder goed. Meestal zie je pas de effecten van de wet na een poosje. Mensen willen gewoon voorzichtig beginnen met de nieuwe wet. Het gaat om de omgang met zulke kwetsbare en zieke mensen. Dat kan de wet niet in éen keer op zijn kop zetten.”


De effecten van deze wet zal je pas na een tijd echt kunnen zien.”