“De samenwerking 
tussen instanties 
heb ik enorm gemist”

LIESBETH STEINFELDER 
Ervaringsdeskundige Verslavingszorg Groningen

Verleden
“Ik kom uit een gezin waar geen liefde en aandacht was. Mijn vader was alcoholist en mijn moeder vluchtte daarom vaak het huis uit. Ik zat dan alleen met mijn gewelddadige dronken vader. Op mijn dertiende werd ik uit huis geplaatst. Ik kwam terecht op een internaat. Daar begon ik met blowen om mijn gevoel te verdoven. Daarna volgde drinken om nog minder te hoeven voelen. Ik kreeg een relatie, maar daarin was veel geweld. Ik belandde zelfs meerdere malen in het ziekenhuis. Op mijn 30e ging ik bij de vader van mijn kinderen weg. Vanaf toen dronk ik nog meer, zodat ik de hele dag verdoofd was.” Op de vraag waarom niemand ingreep antwoordt Liesbeth: “Ik kon het goed verbergen als ik wist dat er iemand langskwam. Zo wist de school van mijn kinderen van mijn drankproblemen. Ze deden niks, omdat de kinderen er netjes uitzagen, het goed deden en er niks over zeiden Maar nooit bezocht iemand mij onverwachts om te vragen hoe het nou écht ging. Eén keer kwam er iemand op afspraak, maar dan zorgde ik ervoor dat ik vooraf niet dronk.”  
Keerpunt
Op het dieptepunt dronk Liesbeth 9 liter bier per dag. Ze zag het niet meer zitten en besloot zelfmoord te plegen. “Mijn geloof heeft me gered. Een buurvrouw nam me mee naar de kerk. Daar kreeg ik het gevoel dat ik er niet alleen voor stond. Ook als ik mensen afstootte bleven ze vriendelijk. Ze bleven naast me staan. Toen ik zelfmoord wilde plegen, ben ik vooraf nog even bij mijn slapende kinderen gaan kijken. Ik brak en ineens ging de knop om. Dat was het moment waarop ik besloot om hulp te zoeken. Ik heb alles direct in gang gezet.”

Ervaringen inzetten 
Liesbeth wist direct dat ze haar ervaring wilde inzetten om anderen te helpen. “Ik wil echt met cliënten werken. Toen ik hoorde dat er een opleiding voor is, wist ik meteen: dat wil ik doen! Veel cliënten vinden het enorm moeilijk om de stap te nemen om hulp te zoeken. Als ze horen dat ik zelf verslaafd was, dan voelt het gesprek direct anders. Ze weten dat ik niet alles uit een boekje haal, maar uit eigen ervaring put. Ook adviseer ik ouders wat ze bijvoorbeeld juist niet moeten doen bij hun verslaafde kind. Ik zet mijn ervaring dus breed in.”  

Reikende hand
Wat Liesbeth destijds erg gemist heeft, was een reikende hand. “Ik heb die nooit gehad. In mijn periode thuis ben ik nooit gezien, op het internaat hebben mijn ouders mij 8 jaar lang nooit opgezocht. Daarna kwam ik in die gewelddadige relatie terecht. Dat voelde voor mij vertrouwd. Dat was ik gewend. Na meldingen kwam de politie regelmatig aan de deur. Ze zagen die drie huilende kinderen achter mij. Maar, er is nooit jeugdzorg of veilig thuis ingeschakeld. Als ze dat gedaan hadden, was ik waarschijnlijk eerst boos geworden,” zegt Liesbeth. “Maar als iemand gezegd had ‘ik zie dat je het moeilijk hebt, kunnen we je ergens mee helpen?’, dan was ik veel eerder hulp gaan zoeken. Die samenwerking tussen instanties heb ik enorm gemist.”

Meer samenwerking
“Ook de vooroordelen vind ik een punt. Toen ik na mijn verslaving wilde solliciteren, was men bang dat ik wellicht een terugval zou krijgen. Ik moest zoveel moeite doen om terug te keren in de maatschappij. Er werd zelfs gezegd dat ik toch niet hoefde te solliciteren, want ik had geen sollicitatieplicht. Terwijl ik graag verder wil met mijn leven. Meer begrip en meer samenwerking tussen instanties, dat is echt noodzakelijk. Kijk verder dan je neus lang is. Bijvoorbeeld bij huiselijk geweld: waarom wordt er eigenlijk geen aangifte gedaan? Omdat ik bang was voor de vader van mijn kinderen.”  

Verslavingskliniek met dochters
Liesbeth en haar kinderen hebben veel aan de gezamenlijke opname gehad in de kliniek. “Ik zie nog te vaak dat alleen de ouder opgenomen wordt en er te weinig naar de kinderen gekeken wordt. Neem ook de kinderen mee in de behandeling. Daar vecht ik voor, dat ook de kinderen gezien worden. Ik ging naar de gezinskliniek, zodat je als gezin geholpen wordt. Kinderen krijgen zo ook weer het vertrouwen in hun ouder. Zo kun je ook als gezin weer verder.” 








Liesbeth Steinfelder 

“Daar waar ik eerst als patiënt zat, werk ik nu als ervaringsdeskundige.”